Proloog
De stap die het zwaarste weegt
Wat valt er te schrijven wanneer alles al is gezegd? Hoe lang ga je door totdat je het opgeeft? Is het allemaal de moeite waard? Gaat iemand de tijd nemen om je boek te lezen? Waar schrijf je dan over en hoe hou je de aandacht vast? Het zijn zomaar een paar vragen die ronddwalen in mijn hoofd. Wat moet ik ermee, want het voedt alleen maar twijfel. Vermoeid word ik ervan, dus ik laat het maar varen.
Het jaar telt inmiddels tweeduizend zesentwintig. Wat dat precies zegt weet ik niet. De wereld lijkt nog steeds alsof het tweeduizend vijftien is. De beloofde toekomst met vliegende auto’s en ongekende technologische vooruitgang ligt klaarblijkelijk nog ver achter de horizon. Ik kan het in ieder geval nog niet zien. De beloftes zijn daar, er wordt met passie over gesproken, maar de realisatie ervan? Hó maar! En dan hebben we ook nog de hedendaagse wereldproblematiek waarbij het lijkt alsof alle hoop verloren is. Maar ik ben geen klager. Ik ben precies waar ik wilde zijn en alles waar ik mijn zinnen op had gezet is binnen handbereik. En dat is mooi en dankbaar ben ik zeker. Alleen wat blijkt nu, een mens denkt veel te klein. Het is goed om genoeg te kunnen hebben met weinig. Nederigheid en spaarzaamheid is een groot goed. Er is niets mis met een eenvoudig leven. Maar probeer het eens. Dan zul je zien dat een simpel leven het moeilijkste is wat er is.
De eerste échte hoge top is in ieder geval bereikt. Ik durfde alleen niet groots te denken. Mijn vertrouwen was laag en mijn geloof was nog lager. Ik had bewijs nodig. En als dit zou lukken, dan zal al het andere wat ik diep van binnen écht wil, ook lukken. Want is dat niet waar het leven om draait? Je dromen uit laten komen. Het ervaren van je diepste verlangens en je leven vorm geven met de kaarten die aan jou zijn toebedeeld.
Er wordt aangebeld. Ik hoorde al twee jongensstemmen buiten overleggen toen ik naar de keuken liep. Het klonk alsof ze hun verkooppraatje aan het oefenen waren. Hun aanbod was vaag en ze wisten waarschijnlijk ook niet hoe ze de vraag precies wilde stellen. Voor vijf euro wilde ze wel het sneeuw wegscheppen. ‘Het mag ook wel voor vier!’ reageerde hij op zijn eigen voorstel. Zonde, waarom zou je jezelf tekort doen dacht ik. ‘Wat kunnen jullie voor tien euro doen?’ vroeg ik. ‘Of hebben jullie daar niet over nagedacht?’ Ik keek naar de oprit en zocht naar iets wat ze extra konden doen nu ze hier toch waren. Hmm, niet bepaald. Sneeuw scheppen is sneeuw scheppen. Ik wist alleen dat ik geen briefje van vijf of vijf losse euro ergens had liggen, maar deze kans zou ik hoe dan ook niet voorbij laten gaan. Wisselen konden ze niet. Natuurlijk konden ze dat niet. Deze twee boys kwamen in hun onschuld voor een heitje karweitje en niet met een uitgedacht verdienmodel met het oog op een mogelijkheid upsell om een goede buur zo veel mogelijk knaken af te troggelen. Sommige mensen hebben genoeg aan voldoende. Alsmaar meer willen is dan pure hebzucht.
We kwamen tot een akkoord en de jongens gingen aan het werk. Ik liep terug de keuken in voor thee en klapte de laptop weer open.
Wat beweegt een man om te schrijven? De redenen kunnen ver uiteenlopen, waar faam een prominente kan zijn. Dat hoeft voor mij niet, ik blijf het liefst zo anoniem mogelijk, zo ver mogelijk van de spotlights vandaan. Ik zie mezelf dan ook niet verschijnen in een of andere talkshow om te vertellen over mijn reeds gepubliceerde boek waarbij de presentator in zijn onkunde de clou van het verhaal prijsgeeft. De klootzak. Je zou maar eeuwen aan een meesterwerk hebben gewerkt om je lezers te verrassen, of je verhaallijn zodanig verhullen zodat de laatste zin leidt tot een mentaal orgasme bij je lezer en dat zo’n knuppel op nationale televisie alles in één zin verklapt. Ik zou zo rood als een Spaanse peper aanlopen, ondanks mijn getinte huidskleur.
Of wat dacht je van geld. Is het nog steeds mogelijk om miljoenen te verdienen met het schrijven van boeken? Kan een simpele ziel zoals ik het schrijversequivalent van een rockster status weten te bemachtigen en is dat ook wel iets dat je moet willen? Ik weet niet hoe tegenwoordig het financiële plaatje van een lucratieve boekendeal er uitziet, maar bij mijn weten krijg je bij een uitgever één á twee euro per verkocht exemplaar. Wat een oplichterij! Hoe dan ook, een miljoen boeken verkopen, klinkt als een long-shot. Vijfhonderd duizend stuks, dat lijk mij dan wel weer haalbaar. Dus op zich… op zich moet dat mogelijk zijn. Maar dan zal het niet iets zijn dat je erbij doet. Je zal er volledig voor moeten gaan, ongestoord met een laser focus. Die luxe kan ik mij in deze fase van mijn leven helaas niet meer veroorloven. Hierbij moet ik bekennen dat ik het wel eens heb geprobeerd. En dat was dom. Uitermate dom. Shakespeare schreef in zijn tijd al To be, or not to be. En de wijze Yoda vulde dit aan met Do. Or do not. There is not try. Voordat ik was begonnen, had ik dus al gefaald. Het zou alleen nog een paar maanden duren voordat ik het door had.
Soms moet je alleen veel schrijven voordat je zoals jezelf kan schrijven. Het is een kunst, een vorm van zelfexpressie. En om dat op een eerlijke en oprechte manier te doen, is de ware uitdaging. De moeilijkheid zit hem in om niet te liegen tegen jezelf, om geen grandioze show op te voeren, waarbij de verwaandheid er vanaf straalt, geblindeerd door je eigen prestatie. Om jezelf zo eerlijk mogelijk uit te drukken vraagt om toewijding om je paraatheid te behouden, zodat wanneer je iets wil, het daar is.
Daarom dit boek. Want dit is voor mij de stap die het zwaarste weegt. Het is de eerste steen die ik leg om aan mijn oeuvre en uitgeversimperium te bouwen als indie auteur, waarbij het niet uitmaakt waar ik begin, omdat het toch niet is waar ik zal eindigen. Ik schrijf om te vermaken, en dan voornamelijk mijzelf, omdat ik levenslustig ben, met als bijkomende doelstelling om jou als lezer te inspireren en aan te steken met leven. Ik heb niets te verkopen en wil niet overtuigen of bekeren. Ik geniet van de wereld vanuit een perspectief die ik graag deel. Het gezegde luidt immers: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Thans word aangebeld. ‘Vindt u het zo goed?’ vroeg het grootste buurjongetje bij het openen van de voordeur. Het was tijd voor een inspectieronde. ‘Ik doe mijn boots aan, dan kijken we samen hoe het ervoor staat,’ reageerde ik. Met z’n drieën liepen we een rondje om de auto en naar de staat van de verdere oprit. De jongens vertelde met trots dat ze van al het weggeschepte sneeuw een berg hadden gemaakt. Ze hadden zelfs rekening gehouden voor het wegrijden met de auto. Ik kon er niets van zeggen, want ze hadden wel degelijk gedaan wat was afgesproken, maar echt tevreden was ik niet. Het was niet de vijf sterren beleving die ik had verwacht van tien euro’s. Maar om ze weer aan het werk te zetten en de ontevreden buurman te spelen, hoefde voor mij ook weer niet. ‘Prima gedaan jongens, ik ga het geld halen,’ zei ik geloofwaardig. Zo gezegd, zo gedaan. Eén van de jongens nam het geld in ontvangst en vroeg ‘Meneer, wat voor cijfers zou U ons geven van 1 tot 10?’ ‘Nou, een 6 zou ik zeggen,’ zei ik, omdat ik hun moraal niet wilde breken met een 5. ‘Yes!’ riepen ze beiden. Ik fronste. Hoezo Yes!? Hoe kan je zó blij zijn met een 6. Wordt de zesjescultuur er nu al bij deze jonkies met de paplepel ingegoten? Er volgde een preek over aandacht voor detail en de puntje op de i zetten. Of ze de boodschap hebben begrepen, ik denk het wel. Of ze er wat mee gaan doen, dat denk ik niet. Enfin, ik mocht mijzelf een goed mens prijzen, want een gul persoon was ik zeker. Ik had mijzelf gevalideerd en kon daar de rest van de middag op teren. De volgende dag en de dagen daarop zou ik de sneeuw zelf wegscheppen.

